Wat is feedback waard in ontwikkelingsgericht opleiden?

visual met tekst feedback in kleurrijk ontwerp als symbool voor terugkoppeling, leren en ontwikkeling in onderwijs

Feedback geven in het mbo betekent dat je met een student bespreekt wat diens werk of handelen laat zien in relatie tot een leerdoel. De volgende vraag is: wat kan de student met die informatie doen?

Hieronder lees je hoe je feedback verbindt aan heldere doelen en een haalbare vervolgstap. Met uitleg over feed up, feedback en feed forward, voorbeeldzinnen en een uitgewerkt BPV-gesprek.

Waarom feedback niet altijd werkt

In veel gevallen blijft feedback oppervlakkig of vrijblijvend. Denk aan:

  • “Je moet actiever worden in de les.”

  • “Je samenwerking kan beter.”

  • “Je moet wat meer verantwoordelijkheid nemen.”

Zonder context, zonder richting en zonder succescriteria blijft de student achter met vragen als:

Wat bedoel je precies?
Hoe weet ik of ik het nu goed doe?
Wat moet ik dan anders doen?

Zulke feedback leidt eerder tot onzekerheid of afhaken dan tot ontwikkeling.

Feed up, feedback en feed forward: drie vragen

Effectieve feedback helpt studenten antwoord geven op drie kernvragen (Hattie & Timperley, 2007):

  1. Feed up: waar ga ik naartoe? → Wat is het doel?

  2. Feedback: waar sta ik nu? → Wat gaat goed, wat is nog lastig?

  3. Feed forward: wat is mijn volgende stap? → Wat kan ik doen om vooruitgang te boeken?

In ontwikkelingsgericht opleiden vullen we dit aan met:

  • Feedback op gedrag en leerhouding, niet alleen op resultaat;

  • Aansluiting bij succescriteria of groeilijnen, zodat studenten weten waarop ze zich kunnen ontwikkelen;

  • Een coachende houding: feedback is geen oordeel, maar een uitnodiging tot groei.

Voorbeeld: feedback tijdens een BPV-gesprek

Een student oefent een klantgesprek. Het leerdoel is om te achterhalen wat de klant nodig heeft voordat de student een oplossing voorstelt.

  1. Feed up: maak het doel helder.
    “Wat wil je aan het einde van het gesprek weten? Waaraan merken we dat je de vraag van de klant goed hebt begrepen?”

  2. Feedback: bespreek wat je hebt waargenomen.
    “Je vroeg wat de klant zocht en stelde daarna meteen een product voor. Welke informatie over het gebruik had je nog nodig?”

  3. Feed forward: laat de student een volgende stap kiezen.
    “Welke vraag ga je bij het volgende gesprek stellen voordat je iets adviseert? Hoe wil je controleren of je de klant goed hebt begrepen?”

Laat de student de gekozen stap in eigen woorden formuleren en spreek af wanneer jullie erop terugkomen. Bespreek dan wat de student heeft geprobeerd en wat dat opleverde.

Wil je vooraf duidelijk maken waaraan goed werk te herkennen is? Lees ook de uitleg en voorbeelden van succescriteria in het mbo.

Praktische tips voor feedback in jouw les of begeleiding

  1. Gebruik observaties, geen interpretaties
    → “Je keek vaak naar de tafel tijdens je presentatie” i.p.v. “Je was onzeker.”

  2. Wees specifiek en beschrijf gedrag
    → “Je stelde twee vragen over de uitleg. Welke informatie hielp je verder?”

  3. Verbind feedback aan succescriteria
    → “Het doel was een haalbare planning. Je hebt bij iedere taak een tijdsinschatting gezet. Welke taak vraagt nog meer ruimte?”

  4. Laat ruimte voor reactie en reflectie
    → “Hoe ervaarde jij dat moment?” of “Wat neem je hieruit mee?”

  5. Herhaal en vervolg
    → Feedback krijgt pas betekenis als het wordt opgevolgd. Kom erop terug!

Zelf oefenen met feedback

Bron bij de drie feedbackvragen: Hattie, J. & Timperley, H. (2007). The Power of Feedback. Review of Educational Research, 77(1), 81–112.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.