Waarom mbo-studenten soms geen motivatie hebben (en wat helpt)

Leerenergie bij mbo-studenten

Waarom motivatie soms ontbreekt en wat docenten kunnen doen

Veel docenten zeggen het wel eens:

"Mijn studenten hebben gewoon geen motivatie."

Maar wanneer je met studenten in gesprek gaat, blijkt het verhaal vaak complexer.

Een student begrijpt niet waarom een opdracht belangrijk is.
Een student denkt dat hij het toch niet kan.
Een student voelt zich niet gezien in de klas.
Of een student heeft simpelweg te weinig energie om te leren.

Wat op het eerste gezicht lijkt op een motivatieprobleem, blijkt in de praktijk vaak iets anders te zijn.

In dit artikel neem ik je mee in het begrip leerenergie en laat ik zien hoe verschillende factoren samen invloed hebben op het leren van mbo-studenten.

Het doel is niet om studenten te analyseren, maar om beter te begrijpen wat leren mogelijk maakt.

Vanuit mijn werk als onderwijskundig pedagoog in het mbo spreek ik veel docenten en studenten over motivatie en studiesucces. Uit die gesprekken ontstond het Leerenergiekompas: een praktisch gespreksmodel dat helpt om te onderzoeken wat leren ondersteunt en wat leren belemmert.

Wat is leerenergie?

Leerenergie verwijst naar de mate waarin een student bereid én in staat is om energie te investeren in leren.

Motivatie gaat dus niet alleen over willen leren.
Het gaat ook over de omstandigheden die leren mogelijk maken.

Een student kan bijvoorbeeld wel willen leren, maar toch moeite hebben met een opdracht omdat:

  • de betekenis niet duidelijk is

  • de student twijfelt aan zijn eigen kunnen

  • de relatie met de docent onder druk staat

  • de student weinig invloed ervaart op het leerproces

  • of er simpelweg te weinig mentale energie is om te leren.

Leerenergie ontstaat wanneer verschillende voorwaarden samenkomen.

Waarom motivatie bij mbo-studenten vaak verkeerd wordt begrepen

Wanneer studenten weinig initiatief tonen, wordt dat in het onderwijs vaak geïnterpreteerd als een gebrek aan motivatie.

Maar motivatie is geen vast persoonlijk kenmerk.

Onderzoek uit de motivatiepsychologie laat zien dat motivatie sterk afhankelijk is van de context waarin leren plaatsvindt.

De vraag is daarom niet alleen:

Heeft deze student motivatie?

Maar ook:

Welke omstandigheden ondersteunen of belemmeren het leren van deze student?

Door breder te kijken naar het leerproces ontstaat er vaak meer inzicht in wat studenten nodig hebben om weer in beweging te komen.

De vijf dimensies van leerenergie

Om leerenergie beter te begrijpen kan het helpen om te kijken naar vijf factoren die invloed hebben op leren.

Deze factoren beïnvloeden elkaar voortdurend.

Een student kan bijvoorbeeld begrijpen waarom leren belangrijk is, maar toch afhaken wanneer hij denkt dat hij het niet kan. Of een student heeft vertrouwen in zichzelf, maar komt niet tot leren omdat hij uitgeput is.

Daarom helpt het om niet te snel één verklaring te zoeken, maar om breder te kijken naar de omstandigheden die leren beïnvloeden.

Betekenis

De eerste dimensie is betekenis.

Betekenis gaat over de vraag: waarom is het belangrijk om dit te leren?

Voor veel mbo-studenten is dat een belangrijke vraag. Studenten willen vaak begrijpen hoe wat zij leren verbonden is met hun toekomstige beroep.

Wanneer een student de relevantie van een opdracht niet ziet, kan er mentale afstand ontstaan. De student doet misschien nog wel mee, maar zonder echte betrokkenheid.

Bijvoorbeeld: een student in een zorgopleiding zal eerder energie investeren in een opdracht wanneer duidelijk wordt hoe deze kennis later nodig is in het werken met cliënten.

Onderzoek naar motivatie laat zien dat betekenisvolle doelen intrinsieke motivatie kunnen versterken. Dit sluit onder andere aan bij de Self Determination Theory van Deci en Ryan.

Tegelijkertijd is nuance belangrijk. Betekenis is niet altijd de eerste stap in motivatie. Soms ontstaat betekenis juist nadat studenten succeservaringen opdoen.

Competentie

De tweede dimensie is competentie.

Competentie gaat over het gevoel: kan ik dit eigenlijk wel?

Wanneer studenten geloven dat zij een taak kunnen uitvoeren, zijn zij eerder bereid om te beginnen en om door te zetten wanneer leren moeilijk wordt.

Dit sluit aan bij het concept self-efficacy, het vertrouwen dat iemand heeft in zijn eigen kunnen.

Wanneer studenten herhaaldelijk ervaren dat iets niet lukt, kan hun vertrouwen afnemen. In dat geval kan gedrag ontstaan dat lijkt op ongemotiveerdheid, terwijl er eigenlijk sprake is van onzekerheid.

Succeservaringen, duidelijke feedback en haalbare stappen kunnen het gevoel van competentie versterken.

Relatie

De derde dimensie is relatie.

Relatie gaat over de vraag: voel ik mij gezien en gesteund?

Leren gebeurt altijd in een sociale context. Studenten leren beter wanneer zij zich serieus genomen voelen en wanneer zij het gevoel hebben dat een docent hen wil helpen om vooruit te komen.

Onderzoek naar psychologische veiligheid laat zien dat mensen eerder vragen stellen en fouten durven maken wanneer zij zich veilig voelen in een groep.

In het onderwijs betekent dat bijvoorbeeld dat studenten zich durven uitspreken of hulp durven vragen wanneer iets nog niet lukt.

Autonomie

De vierde dimensie is autonomie.

Autonomie gaat over de vraag: heb ik invloed op mijn leerproces?

Binnen de Self Determination Theory is autonomie een belangrijke psychologische basisbehoefte.

Autonomie betekent niet dat studenten alles zelf mogen bepalen. Het gaat erom dat studenten ervaren dat zij invloed hebben op hoe zij leren.

Bijvoorbeeld door:

  • keuzes in opdrachten

  • keuzes in werkvorm

  • of ruimte voor eigen aanpak.

Wanneer studenten invloed ervaren op hun leerproces, voelen zij zich vaak meer betrokken bij leren.

Energie en herstel

De vijfde dimensie is energie en herstel.

Leren vraagt mentale energie.

Studenten moeten zich concentreren, informatie verwerken en omgaan met feedback. Wanneer studenten vermoeid zijn, stress ervaren of cognitief overbelast raken, kan dat het leerproces bemoeilijken.

De cognitieve belastingstheorie laat zien dat het werkgeheugen een beperkte capaciteit heeft. Wanneer er te veel informatie of druk tegelijk aanwezig is, kan dat het leren verstoren.

Daarom zijn overzicht, structuur en herstelmomenten belangrijke voorwaarden voor leren.


Het Leerenergiekompas

Om docenten te helpen bij gesprekken met studenten heb ik het Leerenergiekompas ontwikkeld.

Het Leerenergiekompas is een gespreksmodel dat helpt om samen met studenten te onderzoeken:

  • wat hun leren ondersteunt

  • wat hun leren belemmert

  • en wat zij nodig hebben om weer energie te krijgen voor leren.

Het model kan worden gebruikt in studieloopbaangesprekken, coachgesprekken, reflectiemomenten in de klas of stagebegeleiding.

Geen theoretisch model

Het Leerenergiekompas is geen theoretisch model dat bedoeld is om gedrag van studenten te verklaren of te classificeren.

Het is ontwikkeld als een praktisch gespreksinstrument voor docenten.

Het model helpt om samen met studenten te onderzoeken wat hun leren ondersteunt en wat hun leren belemmert.

In plaats van gedrag snel te verklaren vanuit motivatie of inzet, nodigt het Leerenergiekompas uit om breder te kijken naar de omstandigheden die leren mogelijk maken.

Het doel is dus niet om studenten te analyseren of te labelen, maar om het gesprek over leren te verdiepen.

Tot slot

Wanneer een student zegt dat hij geen motivatie heeft, is dat zelden het hele verhaal.

Achter gedrag kunnen verschillende factoren schuilgaan.

Door samen met studenten te onderzoeken wat hun leerenergie beïnvloedt, ontstaat vaak een rijker en eerlijker gesprek over leren.

En dat gesprek kan het begin zijn van nieuwe beweging.

 

Meer weten?

Kijk ook eens op:  

docenten en mbo-teams | Studio Umoya   

of

Training praktijkopleiders – Sterk begeleiden op de werkvloer

 

 

Behoefte aan praktische tools bij leerenergie, die je vandaag nog kunt inzetten?


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.