Docent in het MBO anno nu; meer dan lesgeven

persoon loopt in balans over houten balk buiten op pad met focus op ontwikkeling, zelfvertrouwen en groei

In veel klassen zie je het gebeuren. Studenten die aanwezig zijn, maar niet werkelijk kunnen starten. Studenten die hun hoofd vol hebben en moeite hebben om zich te concentreren. Studenten die ogenschijnlijk afhaken, terwijl er onder de oppervlakte vaak veel meer speelt.

En daarnaast de docent, die probeert te blijven doen waar hij of zij voor gekomen is: goed onderwijs geven. Tegelijkertijd voelt diezelfde docent dat er meer nodig is. Meer aandacht, meer begeleiding, meer afstemming op wat een student op dat moment aankan.

Het werk in de klas verandert.

Wat we zien in de praktijk

De afgelopen jaren is de hulpvraag van mbo-studenten zichtbaar toegenomen. Docenten herkennen dit direct.

Het gaat niet alleen om meer vragen, maar vooral om andere vragen. Studenten brengen vaker complexe situaties mee. Denk aan mentale klachten, stress, financiële zorgen of een instabiele thuissituatie. Deze factoren hebben invloed op hoe een student leert, aanwezig is en zich ontwikkelt.

Waar het onderwijs lange tijd vooral gericht was op vakinhoud en didactiek, ontstaat er nu een bredere werkelijkheid. De student zit niet alleen in de klas als lerende, maar als mens met een verhaal.

Het beeld achter de klas

Wat docenten ervaren, zien we ook terug in onderzoek.

Een aanzienlijk deel van de mbo-studenten geeft aan mentale klachten te ervaren, zoals stress, vermoeidheid en somberheid. Deze klachten staan niet los van het onderwijs, maar werken direct door in motivatie, concentratie en studievoortgang. [mboraad.nl]

Daarnaast laat onderzoek zien dat sociale steun en persoonlijke aandacht een belangrijke rol spelen in het voorkomen van uitval en het versterken van studiesucces. Studenten hebben niet alleen behoefte aan duidelijke lessen, maar ook aan een omgeving waarin zij zich gezien en gesteund voelen. [nponderwijs.nl]

Ook internationaal is dit geen op zichzelf staand beeld. Een groot deel van de studenten in Europa ervaart problemen op het gebied van mentale gezondheid. De druk op jongeren neemt toe en dat zien we terug in het onderwijs. [nightline.fr]

Het spanningsveld in de klas

Voor docenten betekent dit een voortdurende balans.

Enerzijds is er een klas die onderwijs nodig heeft. Een programma dat gevolgd moet worden en een diploma dat behaald moet worden. Anderzijds zijn er individuele studenten die extra aandacht nodig hebben, soms op momenten waarop dat niet uitkomt.

Docenten maken hierin dagelijks keuzes. Ga ik verder met de les, of maak ik ruimte voor die ene student die zichtbaar vastloopt? Hoe verdeel ik mijn aandacht eerlijk? En wanneer ligt iets nog binnen mijn rol, en wanneer niet meer?

Dit spanningsveld is voelbaar. En het vraagt veel van docenten, niet alleen professioneel, maar ook persoonlijk.

Wanneer onderwijs en zorg elkaar raken

In toenemende mate schuift de grens tussen onderwijs en zorg op.

Wanneer externe hulp niet direct beschikbaar is, bijvoorbeeld door wachtlijsten of versnipperde ondersteuning, komt een deel van die zorgvraag onbedoeld bij de school terecht. Teams proberen op te vangen, te begeleiden en perspectief te bieden.

Dat gebeurt vaak vanuit betrokkenheid. Docenten willen er zijn voor hun studenten. Tegelijkertijd ontstaat de vraag: waar houden we op?

Want onderwijs is geen zorginstelling. En niet alle problematiek kan en moet binnen de school opgelost worden.

Wat vraagt dit van ons als onderwijs?

De vraag is niet of deze ontwikkeling er is. Die is er al.

De vraag is hoe we hier als onderwijs mee omgaan. Hoe we recht doen aan de student, zonder de grenzen van het onderwijs uit het oog te verliezen. En hoe we docenten ondersteunen in een rol die steeds breder wordt.

Dat vraagt om aandacht voor het pedagogisch handelen van docenten. Om het versterken van teams, zodat signaleren, bespreken en doorverwijzen niet alleen afhankelijk is van individuele inzet. En om samenwerking met partijen buiten de school, zodat ondersteuning niet op losse schouders terechtkomt.

Steeds vaker zien we dat scholen bewegen van reageren naar voorkomen. Meer aandacht voor studentenwelzijn, voor groepsdynamiek en voor het versterken van vaardigheden. Niet omdat problemen daarmee verdwijnen, maar omdat een sterke basis helpt om ze eerder op te vangen.

Tot slot

Misschien is dit wel de kern van wat er verandert in het mbo.

Dat onderwijs niet alleen gaat over kwalificatie, maar ook over het begeleiden van jongeren in een complexe wereld. Dat vraagt niet om meer van hetzelfde, maar om bewuste keuzes in hoe we ons onderwijs organiseren en ondersteunen.

En misschien begint dat met het erkennen van wat we dagelijks zien in de klas.

Herken jij dit in jouw onderwijspraktijk?

 

 

Bronnen 

Inspectie van het Onderwijs. (2026). Bezorgd en betrokken: Zorgen over de kansengelijkheid en onderwijskwaliteit door de toename van hulpvragen in het mbo. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Kleinjan, M., Stevens, G., Schoemaker, C., & Toenders, N. (2025). Monitor mentale gezondheid, middelengebruik en brede gezondheidsindicatoren mbo-studenten 2024–2025. Trimbos-instituut & RIVM.

Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO). (2025). Resultaten Nationaal Programma Onderwijs: Onderzoeken naar studentenwelzijn, doorstroom en sociale binding in het mbo, hbo en wo. Ministerie van OCW.

NCP EQAVET. (2025). Studentenwelzijn in het Nederlandse mbo: Samenwerking tussen onderwijs en externe partners. Landelijke Kennisbank Studentenwelzijn.

Nightline Europe. (2025). Student mental health in Europe: Learning the lessons 2023–2024. Nightline Europe.

Miers, A., & Dopmeijer, J. (2024). Integraal werken aan studentenwelzijn: Kennissynthese en praktijkvoorbeelden. Trimbos-instituut & Expertisecentrum Inclusief Onderwijs (ECIO).