Zelfregie beoordelen zonder controle

persoon staat op lege weg tussen bomen als symbool voor keuze, richting en persoonlijke ontwikkeling

Zelfregie is een belangrijk onderwijsdoel in het mbo. We willen studenten die keuzes maken, verantwoordelijkheid nemen en hun eigen leerproces kunnen sturen. Tegelijkertijd roept zelfregie in de praktijk ook vragen op. Want hoe beoordeel je zelfregie zó, dat het geen controle wordt? En hoe voorkom je dat beoordelen het eigenaarschap juist ondermijnt?

Die spanning zie ik veel terug in teams. Goede bedoelingen leiden soms tot strakke formats, lijstjes of checkmomenten, terwijl juist ruimte en vertrouwen nodig zijn om zelfregie te laten groeien.

Wanneer beoordelen ongemerkt controle wordt

Zelfregie vraagt om ruimte. Maar zodra we er een beoordelingsmoment aan koppelen, sluipt controle gemakkelijk binnen. Niet expres, maar vanuit de behoefte aan duidelijkheid en verantwoording.

Dat zie je bijvoorbeeld wanneer:

  • zelfregie wordt vertaald naar vaste gedragsnormen;
  • studenten moeten aantonen dat zij ‘voldoende zelfstandig’ zijn;
  • reflectieverslagen worden nagekeken op de ‘juiste antwoorden’;
  • eigenaarschap wordt beoordeeld met een score of label.

In zulke situaties verschuift het leren. Studenten gaan niet meer nadenken over hun ontwikkeling, maar over wat zij moeten laten zien om het oordeel te halen. Zelfregie wordt dan iets wat je moet bewijzen, in plaats van iets wat je mag ontwikkelen.

Zelfregie is een proces, geen eigenschap

Een belangrijke stap is erkennen dat zelfregie geen vast kenmerk is. Studenten hebben het niet of wel; ze ontwikkelen het, stap voor stap. En dat ontwikkelen verloopt ongelijk, wisselend en contextafhankelijk.

Een student kan bijvoorbeeld:

  • zelfstandig zijn in praktische opdrachten, maar vastlopen bij plannen op langere termijn;
  • goed reflecteren in gesprek, maar moeite hebben om dat op papier te zetten;
  • verantwoordelijkheid nemen wanneer er vertrouwen is, maar afhaken bij druk.

Die variatie hoort bij leren. Wie zelfregie beoordeelt alsof het een stabiele eigenschap is, doet studenten tekort.

Wat beoordelen dan wél kan zijn

Zelfregie beoordelen zonder controle vraagt om een andere insteek. Niet meten of een student zelfstandig is, maar onderzoeken hoe de student omgaat met verantwoordelijkheid in een bepaalde fase.

Dat vraagt om vragen als:

  • hoe maakt deze student keuzes?
  • hoe gaat de student om met feedback en bijsturing?
  • wat doet de student wanneer het lastig wordt?
  • waar neemt de student initiatief, en waar juist (nog) niet?

Door zo te kijken, verschuift beoordelen van een afsluitend oordeel naar een onderdeel van het leerproces.

Observeren in plaats van afvinken

Beoordeling van zelfregie wordt betekenisvol wanneer die gebaseerd is op observaties, niet op aannames. Niet: “de student is onvoldoende zelfstandig”, maar: “in deze situatie wacht de student op sturing” of “hier neemt de student zelf initiatief”.

Objectieve observaties maken het gesprek open. Ze nodigen uit tot gezamenlijke reflectie in plaats van verdediging. Studenten herkennen zichzelf eerder in wat er gezegd wordt en kunnen daarop reageren.

Zo krijgt beoordelen een dialoogfunctie, in plaats van een beoordelende afsluiting.

De rol van succescriteria bij zelfregie

Succescriteria kunnen hierbij helpen, mits ze ontwikkelingsgericht worden ingezet. Niet als checklist die vastlegt wat voldoende is, maar als taal voor groei.

Ontwikkelingsgerichte succescriteria:

  • verschillen per fase of leerjaar;
  • beschrijven gedrag in context;
  • maken ruimte voor ontwikkeling en variatie;
  • ondersteunen het gesprek over volgende stappen.

Wanneer succescriteria uitnodigen tot reflectie in plaats van tot bewijs, ondersteunen ze zelfregie zonder deze te controleren.

Beoordelen als gezamenlijke verkenning

Zelfregie beoordelen zonder controle vraagt ook iets van de houding van begeleiders. Het vraagt om naast de student te blijven staan, ook wanneer een referentiepunt nodig is.

Dat betekent:

  • oordeel uitstellen waar mogelijk;
  • twijfels bespreekbaar maken;
  • ontwikkeling benoemen, ook als die nog kwetsbaar is;
  • en samen verkennen wat passend is in de volgende fase.

Beoordelen wordt zo een gezamenlijke verkenning, waarin richting wordt gegeven zonder over te nemen.

Zelfregie groeit door vertrouwen

Uiteindelijk groeit zelfregie niet door toezicht, maar door vertrouwen. Door ruimte die begrensd is, door gesprekken die eerlijk zijn en door beoordeling die gericht is op leren.

Wanneer studenten ervaren dat zij niet voortdurend hoeven te bewijzen dat zij zelfstandig zijn, durven zij verantwoordelijkheid te nemen. Daar ligt de paradox: minder controle maakt vaak meer eigenaarschap mogelijk.

Zelfregie beoordelen zonder controle vraagt dus niet om minder zorgvuldigheid, maar om zorgvuldiger kijken. Niet naar wat ontbreekt, maar naar wat zich ontwikkelt.