Binnen elke opleiding komt er een moment waarop de gesprekken in de wandelgangen en tijdens de vergadering serieuzer worden. We kijken naar de cijfers en de aanwezigheid, en vragen ons af: "Komt deze student er wel?" "Zien we eigenlijk voldoende inzet?" En dan, bijna vanzelfsprekend, komen we in de aanloop naar het BSA terecht.
Maar voordat we dat gesprek met de student aangaan, mogen we eerst even stilstaan bij onszelf. Want hoe vaak spreken we eigenlijk écht naar elkaar uit wat we onder 'studievoortgang' verstaan? En zijn we het daar dan ook over eens?
De student achter de cijfers
Op papier lijkt het vaak simpel: de punten bepalen de koers. Maar in de klas zien we een ander verhaal. Wat doe je met die student die cognitief alles in huis heeft, maar de weg nog niet vindt in de werkhouding? Of die student die keihard werkt, enorm groeit in reflectie en inzet, maar op de toetsen telkens net onder de streep blijft hangen?
Als we die ontwikkeling serieus willen nemen, hebben we een gezamenlijke taal nodig. En die ontstaat alleen als we met elkaar in gesprek blijven. Niet pas als de deadline van het BSA nadert, maar juist al in het begin, als de eerste signalen zich aandienen en we samen nog écht iets kunnen betekenen voor de student.
Verschillende ogen
We kijken allemaal door onze eigen bril. De één heeft een scherp oog voor de cijfers, de ander ziet vooral het gedrag of de mens achter de student. De één is snel kritisch vanuit een behoefte aan kwaliteit, de ander geeft een student graag nog wat langer de ruimte.
Al die invalshoeken zijn waardevol, maar ze gaan pas werken als we ze met elkaar delen. Want als wij binnen het team al verschillend denken over wat 'voldoende' is, hoe kan een student dan ooit weten waar hij aan toe is?
Samen de diepte in
Ik nodig jullie uit om samen een aantal vragen te verkennen, simpelweg door ze hardop te stellen:
-
Wat bedoelen wij nou echt als we zeggen dat iemand 'voldoende voortgang' boekt?
-
Hoe kijken we naar gedrag in relatie tot de cijfers, en waar ligt voor ons de grens?
-
Wegen inzet en persoonlijke groei voor ons net zo zwaar als de resultaten op een scherm?
-
En hoe signaleren we op tijd dat het vastloopt, zodat we niet worden verrast door de tijd?
Rust en vertrouwen
Als we samen de tijd nemen voor deze vragen, ontstaat er iets moois: een gedragen beeld. Dan praten we niet langer over aannames, maar vanuit een fundament waar we allemaal achter staan.
En dán heb je ook echt een verhaal voor de student. Een verhaal dat onderbouwd is, dat klopt, en dat vertrekt vanuit vertrouwen in plaats van alleen vanuit regels.
Een ontwikkelingsgericht BSA begint bij een ontwikkelingsgericht team. En dat begint simpelweg bij praten met elkaar. Niet over de student, maar over hoe wij samen kijken. Wat zie je, wat bedoel je, en wat vind je belangrijk?
Dat gesprek is geen luxe. Het is de basis van ons werk.